Panfluit

De panfluit maakt op het Conservatorium van Amsterdam deel uit van de klassieke afdeling. In de lessen wordt gewerkt aan een veelzijdige techniek, die de speler in staat stelt te voldoen aan een specifiek klankbeeld en esthetiek van een bepaalde stijl en/of periode. Er wordt gebruikgemaakt van al het repertoire dat tot op heden voor het instrument geschreven is en er wordt gewerkt aan het uitbreiden ervan. Dit wordt aangevuld met niet autonome composities en stijlen.

Er wordt nauw samengewerkt met de blokfluitafdeling. Op aanvraag krijgen de studenten les van een blokfluitist die ingaat op de muzikale en eventueel interpretatieve aspecten van een voorbereid werk.

Vakgroepvertegenwoordiger: Matthijs Koene

Studenten panfluit krijgen wekelijks één uur privéles en maandelijks een groepsles van vier uur. Jaarlijks vinden er vijf voorspeelmiddagen/avonden plaats waarin kennis en vaardigheden in praktijk kunnen worden gebracht, die vervolgens klassikaal worden geëvalueerd.

Toelatingseisen

De kandidaat speelt een programma van twintig minuten. Technische eisen:
* alle majeur- en mineurtoonladders en drieklanken, in de verschillende liggingen
* trefzekerheid van alle intervallen binnen het octaaf
* het kunnen realiseren van verschillende articulaties, staccato, portato en legato
* beheersing van het middenrif

Van groot belang is het aantonen van affiniteit met eigentijdse muziek. Bij voorkeur bestaat het programma uit minstens twee autonome werken voor panfluit. Er kan bijvoorbeeld een keuze worden gemaakt uit de volgende werken:
* Kjell Hählen - Etude 1 - 2 - 3
* Maarten Schumacher - Agalma
* Harald Genzmer - Sonate für Panflöte solo; uitgeverij Muskal Verlag
* Tuomo Teirilä - Panflute solo:
1) Mäntypistiäinen
2) Kaalimato
* Theo Loevendie - Entrance Music 1

Behalve autonoom repertoire kunnen een of meerdere voordrachtswerken voor melodie-instrument, al dan niet als onderdeel van een grotere bezetting, ten gehore worden gebracht. Indien gekozen wordt voor meer dan één werk, dan bij voorkeur uit verschillende stijlperioden en toonsoorten, bijvoorbeeld:
* Béla Bartók - Roemeense dansen
* Astor Piazzolla - Café 1930
* Heitor Villa-Lobos - Distribution des fleurs
* Joseph Haydn - Londens trio

 Na de tweejarige masterstudie zijn studenten op het hoogste niveau inzetbaar in de professionele muziekwereld.

Toelatingseisen

Studenten CvA
Voor kandidaten van het CvA moet bij het eindexamen panfluit voor de bacheloropleiding de vermelding 'toelaatbaar tot de masteropleiding' zijn behaald. 

Externe kandidaten
1. De kandidaat verzorgt een programma dat niet langer mag duren dan 30 minuten. Hij/zij dient minstens één stuk uit het hoofd te spelen.
2. De kandidaat stuurt voor 1 maart het studiesecretariaat van het CvA een repertoirelijst toe met een programmavoorstel voor het toelatingsexamen. Uit de invulling ervan moet de specifieke profilering van de kandidaat blijken. Het programmavoorstel wordt beoordeeld door de toelatingscommissie. Eventueel worden wijzigingen aangebracht. Een programma-indicatie en eisen zijn opvraagbaar bij de vakgroepvertegenwoordiger.
3. Individuele uitstraling en profilering als solist is het uitgangspunt om toegelaten te kunnen worden tot de masteropleiding. Een onmiskenbare artistieke meerwaarde moet blijken in een originele en doordachte programmering waarbij extremen niet geschuwd hoeven te worden. Daarnaast moet de student blijk geven van vergaande inzichten in het opstellen, organiseren en uitwerken van workshops, cursussen en projecten, geijkt naar internationale maatstaven.

Matthijs Koene hoofdvak

Delen