Paragraaf 10 Examens en getuigschriften

Artikel 26 Tijdvakken en frequentie afleggen examens

26.1 Tot het afleggen van een examen wordt de gelegenheid geboden zodra de student voldoende bewijzen van door hem of haar gehaalde tentamens van de onderdelen van de opleiding overlegt.

26.2 Het diploma wordt niet eerder uitgereikt dan nadat alle studieonderdelen voldoende zijn afgesloten.

Artikel 27 Uitslag eindexamen

27.1 De examencommissie stelt de uitslag van het eindexamen vast zodra de student voldoende bewijzen overlegt van door hem of haar gehaalde tentamens.

27.2. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid kan de examencommissie, alvorens de uitslag van het examen vast te stellen, zelf een onderzoek instellen naar de kennis, het inzicht en de vaardigheden van de student m.b.t. één of meer onderdelen van de opleiding, indien en voor zover de uitslag van de desbetreffende tentamens haar daartoe aanleiding geven.

Artikel 28 Getuigschrift

28.1 Nadat de student het examen heeft gehaald, reikt de examencommissie het bijbehorende getuigschrift uit.

28.2 De examencommissie kan op een bachelor- of mastergetuigschrift het predicaat 'cum laude' vermelden, indien de student naar het unanieme oordeel van de examencommissie uitzonderlijk niveau heeft getoond.

28.3 Voor de Opleiding Docent Muziek vermeldt de examencommissie op het getuigschrift het predicaat 'cum laude', indien de student gemiddeld een acht heeft gehaald voor alle tentamens gedurende de postpropedeuse en daarboven geen cijfers lager dan een zeven heeft gehaald.

Artikel 29: Fraude en plagiaat

29.1 Studenten worden schriftelijk geïnformeerd over de regels rondom fraude en plagiaat en de wijze waarop zij correct kunnen handelen.

29.2 Indien de docent of begeleider in de voorbereidende fase van een tentamen of enige andere beoordelingsvorm enige vorm van fraude vermoedt, geeft deze de student een kans op verbetering.

29.3 Indien de examinator bij enig tentamen of enige andere beoordelingsvorm fraude van de zijde van de student vermoedt, doet hij daarvan zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling aan de examencommissie.

29.4 De examencommissie beslist binnen twee weken over te nemen maatregelen. De examencommissie neemt pas een beslissing nadat de student die het aangaat is gehoord althans daartoe behoorlijk is opgeroepen. Van het horen wordt een verslag gemaakt.

29.5 De beslissing van de examencommissie wordt op schrift gesteld en kan inhouden dat de student gedurende een door haar te bepalen termijn van ten hoogste één jaar het recht wordt ontnomen het desbetreffende onderdeel waarbij fraude is vastgesteld opnieuw af te leggen. Bij ernstige fraude kan het instellingsbestuur op voorstel van de examencommissie de inschrijving voor de opleiding van de betrokkene definitief beëindigen.

29.6 Bij ernstige fraude kan het instellingsbestuur op voorstel van de examencommissie de inschrijving voor de opleiding van de betrokkene definitief beëindigen. Van ernstige fraude is onder meer sprake als een scriptie niet zelf is geschreven of een tentamen door een ander wordt gemaakt.

29.7 De examencommissie schrijft de examinator voor dat het onderdeel waarbij is gefraudeerd met het cijfer 0 (nul) wordt beoordeeld. De beslissing vermeldt de mogelijkheden van bezwaar of beroep alsmede de daarvoor geldende termijnen.

29.8 De artikelen 29.4, 29.5 en 29.7 zijn van overeenkomstige toepassing in geval van plagiaat.

29.9 Indien fraude of plagiaat plaatsvindt met medeweten en/of medewerking van een medestudent, is deze laatste medeplichtig; hiervoor gelden overeenkomstige richtlijnen en procedures.

Artikel 30 College van Beroep voor de examens

Tegen beslissingen van de examencommissie, of beslissingen zoals bedoeld in artikel 13 (afwijzing) kan door de belanghebbende beroep ingesteld worden bij het College van Beroep voor de examens zoals bedoeld in artikel 7.60 van de wet.

Delen