Addendum

bij de OER 2017-2018 van het Conservatorium van Amsterdam en de OER 2017-2018 van het Koninklijk Conservatorium voor de gezamenlijke masteropleiding Opera

1. Algemeen

De instellingsbesturen van de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten en de Hogeschool der Kunsten Den Haag, hierbij vertegenwoordigd door de directies van het Conservatorium van Amsterdam en het Koninklijk Conservatorium, met instemming van de Faculteitsraden van beide conservatoria, besluiten het addendum vast te stellen bij de eigen Onderwijs- en Examenregeling, betreffende de inhoud en inrichting van het onderwijs en de examens van de gezamenlijke opleiding Master Opera met de naam Dutch National Opera Academy (DNOA). Dit gebeurt in de zin van artikel 7.13 van de Wet op het Hoger onderwijs en Wetenschappelijk onderzoek (WHW). Deze opleiding wordt verzorgd binnen de faculteit Muziek van de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten, verder te noemen het Conservatorium van Amsterdam, en het Koninklijk Conservatorium van de Hogeschool der Kunsten Den Haag.

Voor DNOA gelden de algemene bepalingen, inclusief de vaststelling en inwerkingtreding uit de Onderwijs- en Examenregelingen van beide conservatoria. Ten behoeve van de gelijkschakeling van het programma en de beoordeling van de studenten van DNOA, wordt in dit addendum bij de OER een gelijkluidend reglement opgesteld voor DNOA-studenten van beide conservatoria.

2. Inhoud van de opleiding

Het tweejarige programma van DNOA is opgebouwd uit vier semesters. Elk semester bevat een lesblok en een projectblok. Het programma is beschreven in de digitale studiegids per semester, onderdeel, lesvorm, afsluiting en studiepunten.

3. Audities

Het auditieprogramma wordt gepubliceerd op de website van de DNOA. Bij toelating wordt gewaarborgd dat de kwaliteit van de studenten voldoende perspectief biedt op ontwikkeling tot het gewenste eindniveau.

4. Volgorde van tentamens

Aan een tentamen kan niet eerder worden deelgenomen dan nadat alle bijbehorende tentamens uit vorige periodes dan wel studiejaar van datzelfde vak zijn behaald, tenzij het curriculum van een bepaald vak dit uitdrukkelijk toestaat.

5. Tijdvakken en frequentie tentamens; herkansingen

5.1 Binnen het cursusjaar waarin het tentamen plaatsvindt wordt tenminste eenmaal de gelegenheid gegeven een hertentamen af te leggen.

5.2 In afwijking van het bepaalde in het eerste lid wordt tot het afleggen van het tentamen van een onderdeel, waarvan het onderwijs in een bepaald studiejaar niet is gegeven, in dat jaar slechts eenmaal de gelegenheid gegeven.

5.3 Studenten kunnen maximaal tweemaal deelnemen aan een onderwijsonderdeel. Indien daarna het bijbehorend onderwijsonderdeel nog niet is afgesloten, moet de student in overleg met de studieleiding op eigen gelegenheid de voor het tentamen benodigde kennis verwerven teneinde het tentamen alsnog te kunnen afsluiten.

6. Vorm van de tentamens

DNOA kent schriftelijke tentamens en praktische tentamens. De tentamens van de cognitieve vakken worden afgelegd op de in de studiegids van DNOA aangegeven wijze. Op verzoek van de student en met instemming van de betrokken docent(en) kan de examencommissie toestaan dat een tentamen op een andere wijze dan vorenbedoeld wordt afgelegd.

7. Praktische tentamens

7.1 De praktische vakken worden elk semester integraal getoetst in een praktisch tentamen, in de vorm van een uitvoering van het project, aan het eind van dat semester. Het praktische tentamen is daardoor vrijwel altijd een groepstentamen, waarin de afzonderlijke prestatie per student integraal wordt beoordeeld.

7.2 Het praktische tentamen is openbaar, tenzij de examencommissie of de desbetreffende examinator / commissie der examinatoren in een bijzonder geval anders heeft bepaald.

8. Tentamenuitslag

8.1 De integrale ontwikkeling van de student wordt aan het eind van elk semester besproken in een plenaire evaluatievergadering. Bij die vergadering worden niet alleen de prestaties bij de operaproductie geƫvalueerd, maar wordt de totale ontwikkeling van de student in het afgelopen semester per onderwijsonderdeel besproken.

8.2 De evaluatievergadering wordt gevolgd door een mondelinge bespreking van de evaluatie door de voorzitter van de commissie der examinatoren met de student. Daarna reikt de voorzitter van de commissie der examinatoren de student een schriftelijke verklaring van zijn studievoortgang uit, voorzien van een motivering.

8.3 De voorzitter van de commissie der examinatoren is verantwoordelijk voor het tijdig doorgeven van de resultaten van de halfjaarlijkse beoordeling per student aan de administraties van de conservatoria.

9. Eindexamen

9.1 Het eindexamen vindt plaats in een uitvoering van het project in semester 4, tenzij de examencommissie of de desbetreffende commissie der examinatoren in een bijzonder geval anders heeft bepaald.

9.2 Het eindexamen is een integrale beoordeling van de ontwikkeling en het eindniveau van de student. Het eindexamendossier van de student bevat tenminste de volgende onderdelen:
* overzicht van de zes complete rollen, behorend bij het stemtype van de student, die tijdens de studie zijn ingestudeerd
* uitgebreid auditierepertoire, behorend bij het stemtype van de student
* deelname aan twee tot vier volledig geĆ«nsceneerde operaproducties
* geschreven onderdeel van het onderzoek naar een van de uitgevoerde rollen

9.3 De commissie der examinatoren voor het eindexamen van DNOA bestaat uit de staf van DNOA, de zangdocent van de eindexamenkandidaat en een externe deskundige. Direct na de eindexamenvoorstelling vind de beoordeling plaats van de eindexamenkandidaten door de commissie van examinatoren. De mondelinge uitslag volgt direct daarna.

9.4 De beoordelingscriteria staan beschreven in de studiegids van DNOA. De examenprestatie wordt gewaardeerd met een cijfer van 1 tot 10.

10. Cum laude

De examencommissie kan op een getuigschrift het predicaat 'cum laude' vermelden, indien de student naar het unanieme oordeel van de commissie van examinatoren uitzonderlijk niveau heeft getoond.

Delen