Clavichord

Het hoofdvak clavichord wordt gegeven in het derde en vierde jaar van de bacheloropleiding en biedt aan klavecinisten, organisten en pianisten de mogelijkheid zich gedurende twee jaar speciaal op het clavichord te richten. Alle belangrijke clavichordtypen komen aan bod, van de meervoudig gebonden instrumenten uit de 16e en 17e eeuw via de diatonische vrije tot de grote ongebonden instrumenten uit de 18e eeuw, inclusief pedaalclavichorden. Het belangrijkste bijvak is basso continuo (inclusief kamermuziek, het begeleiden van zangers en koor-, orkest-, theater- en kerkmuziek). Studenten die hierin al ruimschoots ervaring hebben opgedaan, kunnen ook een instrumentaal bijvak kiezen, zoals orgel, piano, klavecimbel of pianoforte.

Toelatingseisen
Selectie van de kandidaten voor het toelatingsexamen geschiedt na beoordeling van een video-opname door de toelatingscommissie. De opname moet voor 15 februari digitaal via het aanmeldingsformulier worden ingestuurd.

Muzikale opleiding op professioneel niveau. Goede en brede basis op het gebied van toetsinstrumenten. Goede beheersing van en affiniteit met het clavichord.

Repertoire
* Preludium en Fuga uit Das wohltemperierte Klavier
* een sonate van C.Ph.E. Bach
* drie composities uit verschillende stijlrichtingen naar eigen keuze (waaronder een werk uit de 17e eeuw, een klaviersuite en eventueel een werk uit de 20e of 21e eeuw)

De master clavichord moet gezien worden als een specialisatie vanuit het algemenere vakgebied 'historische toetsinstrumenten' (orgel, klavecimbel, pianoforte). Omdat het clavichord en zijn repertoire nu centraal staan wordt het vakgebied uitgebreid en diepgravend bestudeerd.

Toelatingseisen
Selectie van de kandidaten voor het toelatingsexamen geschiedt na beoordeling van een video-opname door de toelatingscommissie. De opname moet voor 15 februari digitaal via het aanmeldingsformulier worden ingestuurd.

1. Bachelordiploma fortepiano, orgel of klavecimbel.
2. De kandidaat moet tijdens een toelatingsexamen van ongeveer een half uur blijk geven van bovengemiddelde affiniteit met en aanleg voor het clavichord, van een overzicht van het repertoire en een goede beheersing van de diverse stijlgebieden.
3. Essentieel is dat de kandidaat bij voorkeur al voor aanvang van zijn of haar clavichordstudie in de voortgezette opleiding tenminste een van de diverse clavichordtypen (zie onder bij hoofdstudie) op hoog niveau bespeelt.

Delen