Profiel Kamermuziek

Inleiding
De masteropleiding van het Conservatorium van Amsterdam bereidt je voor op een gevarieerde beroepspraktijk, waarin je als musicus op het hoogste niveau kunt functioneren. Met deze veelzijdige beroepspraktijk in het achterhoofd is er alle gelegenheid om persoonlijke richting en inhoud te geven aan je studie; het zogenaamde ‘persoonlijke masterprofiel’ (PMP).

Indien je voor je hoofdvak wordt toegelaten en vervolgens geplaatst, volgt bij de start van de masterstudie een gesprek met een studieadviseur, waarin je je persoonlijke profiel nader kunt bespreken, op basis waarvan werkafspraken worden gemaakt omtrent de invulling en facilitering van je studie.

Zo’n persoonlijk masterprofiel (PMP) kan op veel verschillende manieren worden ingevuld. Er kunnen, in goed overleg met de studieleiders, allerhande goed gemotiveerde keuzes worden gemaakt, zoals bijvoorbeeld een gerichte keuze voor de historische pendant van je instrument, voor improvisatie, het romantisch liedrepertoire, of bijvoorbeeld voor een pedagogisch profiel. En vanzelfsprekend is het ook mogelijk om je studie exclusief op je initiële hoofdvakstudie en -instrument te richten, zonder te kiezen voor een specifieke inkleuring.
 
Het Conservatorium van Amsterdam heeft echter ook enkele voorbeelden uitgewerkt voor een meer specifieke invulling van het persoonlijk masterprofiel dat je binnen je hoofdvakstudie kunt volgen. Deze profielen zijn samengesteld uit meerdere (keuze)vakken en modules. Voor sommige vakken en modules gelden daarbij aanvullende instapeisen. Deze vakken en modules zijn ook los van elkaar te volgen, geïntegreerd in je eigen individuele PMP, maar leiden in een bepaalde combinatie en samenhang tot een specialisme op het betreffende vakgebied. Het CvA biedt hiertoe de volgende specifieke profielen aan: Kamermuziek, Nieuwe muziek, Orkestspel, Creative Performance Lab en Karnatisch ritme in westerse muziek. Voor deze profielen is een beperkt aantal plaatsen beschikbaar en/of gelden specifieke instapeisen. In die gevallen maakt een aanvullende auditie of selectie deel uit van de procedure. Zo’n aanvullende auditie of selectie vindt soms pas plaats nadat je bent toegelaten en geplaatst, vlak voor de zomer (mei/juni) of in de eerste maand van het nieuwe studiejaar (september). Zie hiervoor ook de per profiel geformuleerde ‘instapeisen’.

Na afsluiting van de studie ontvang je bij je masterdiploma een addendum waarop alle doorlopen vakken/modules en studiepunten zijn vermeld. Desgewenst kan het conservatorium op grond van je studieplan en doorlopen studietraject een aanvullende verklaring omtrent je persoonlijke masterprofiel aan je diploma (Master of Music) en je diploma-addendum toevoegen. Voor vragen kun je contact opnemen met het studiesecretariaat. Zij verwijzen je zo nodig door naar de coördinator van het betreffende masterprofiel, de studieadviseur of naar een van de studieleiders.

Masterprofiel Kamermuziek
Het masterprofiel Kamermuziek bereidt de student voor op een gevarieerde beroepspraktijk in wisselende ensemblevormen op de nationale en internationale kamermuziekpodia. De student leert een eigen evenement conceptueel vorm te geven en te organiseren. Ensembles nemen deel aan (internationale) concoursen en festivals, waarmee ze een portfolio en netwerk opbouwen. Daarnaast werken de studenten op individuele basis verder aan de ontwikkeling van hun instrumentale en artistieke vaardigheden.

Toelatingseisen zijn onder meer een afgeronde bachelorstudie in het betreffende hoofdvak en grote affiniteit en ervaring met het uitvoeren van kamermuziek op hoog niveau. Kamermuziek vormt, naast het instrumentale hoofdvak, het belangrijkste onderdeel van de studie. De student neemt zelf initiatief tot het vormen van ensembles. In de hoofdvakles wordt ook met behulp van solorepertoire gewerkt aan de instrumentale en artistieke ontwikkeling. De keuze van gespecialiseerde kamermuziekdocenten en de frequentie van coaching worden afgestemd op de omvang en samenstelling van het ensemble en het gekozen repertoire. Theoretische vakken als Analyse & Uitvoering vormen een belangrijk element binnen de studie.

In het studieonderdeel ‘ondernemerschap’ komen de zakelijke kanten van het werkveld uitgebreid aan de orde. Deze lessen worden gegeven door specialisten uit de kamermuziekpraktijk, waarbij wordt samengewerkt met de Nederlandse Strijkkwartet Academie (NSKA). Daarbij wordt van de student een actieve en ondernemende houding verwacht. De ensembles organiseren de examens zelf op een locatie buiten het conservatorium en dragen zelf zorg voor de publiciteit.

Een researchproject op het gebied van kamermuziek vormt een belangrijk onderdeel van de studie.

* Instroom is mogelijk na toelating tot de masterhoofdvakstudie (instrumentaal of vocaal) .
* CvA-bachelorstudenten die dit profiel kiezen, dienen een significant deel van het bachelor-examenprogramma aan kamermuziek uit ten minste twee verschillende stijlperiodes te wijden, of er volgt een aanvullende auditie in september.
* Bij kandidaten van buiten het CvA bestaat een significant deel van het hoofdvak-toelatingsprogramma uit kamermuziekrepertoire uit ten minste twee verschillende stijlperiodes, of er volgt een aanvullende auditie in september.
* De kandidaat dient te beschikken over aantoonbare kamermuzikale kwaliteiten en blijk te geven van grote affiniteit en ervaring met het uitvoeren van kamermuziek op hoog niveau.

Hoofdvak: 50
Kamermuziek: 30
Onderzoek: 10
Keuzevakken:
* verplicht: Building a Successful Professional Practice: 10
* andere keuzevakken: 10 (aanbevolen: Analysis & Performance)
Vrije ruimte: 10

Delen