Masterprofiel Instrumenten in Historisch Perspectief

In de hedendaagse concertpraktijk kiest de uitvoerende expert bijna vanzelfsprekend het door de componist bedoelde instrumentarium. Bij veel ensembles is dit inmiddels min of meer gangbaar en ook in de reguliere orkesten wordt het steeds gebruikelijker om naast het moderne instrument ook het historische equivalent en bijbehorende uitvoeringspraktijk te beheersen. Deze vaardigheden maken daarom bij orkestaudities steeds vaker deel uit van de auditieprocedure.
Dit hoofdvak is dan ook bestemd voor hen die zich op masterniveau willen bekwamen in het bespelen van zowel het moderne instrument als de historische pendant(en) daarvan. Toelatingseisen zijn onder meer een afgeronde bacheloropleiding en een potentieel masterniveau op beide instrumenttypen.

De lesfrequentie, lestijd en repertoireomvang hangen af van het het aantal (historische) varianten van het instrument. De hoofdvaklessen worden per instrument door verschillende specialisten gegeven. De studenten nemen deel aan (orkest)projecten van zowel de klassieke als de oude-muziekafdeling. Ook de theoretische onderbouwing wordt op het repertoire en instrumentarium afgestemd, waarbij de student desgewenst bijvakken van de afdeling Oude Muziek kan volgen, of bijvakken als continuospel en Tuning & Temperament. Een researchproject op dit gebied vormt een belangrijk onderdeel van de studie.

* afgeronde bacheloropleiding
* potentieel masterniveau op beide instrumenttypen

Hoofdvak en gerelateerde instrumentale lessen: 70
Ensembles, orkest, projecten, stages: 10
Onderzoek: 10
Keuzevakken:
* verplicht: Tuning & Temperament: 10
* andere keuzevakken: 10
Vrije ruimte: 10

Delen