Nationale Master Orkestdirectie

De Nationale Master Orkestdirectie (NMO) heeft tot doel orkestdirigenten met een voltooide bachelor op te leiden tot het hoge niveau dat vereist is om een professioneel symfonieorkest adequaat en artistiek verantwoord te kunnen leiden (hiermee onderscheidt de NMO zich van een bachelor orkestdirectie, die dirigenten opleidt voor amateur- of jeugdorkesten). Bovendien beoogt dit initiatief een brug te slaan tussen de opleiding en het werkveld en de op te leiden dirigenten te steunen in de verdere opbouw/uitbouw van hun eigen professionele netwerk. Tenslotte leidt het tot een verrijking van het educatieve aanbod van de betrokken orkesten

Opzet van de studie
De master duurt twee jaar, waarbij het lesaanbod gelijkelijk over beide conservatoria wordt gespreid. De studenten volgen, onafhankelijk van hun inschrijvingslocatie, hetzelfde curriculum en reizen dus tussen de verschillende les- en praktijklocaties.

De hooflijnen van het curriculum bestaan uit:
* Maandelijks een meerdaagse stage/hospiteerbezoek bij afwisselend een van de partnerorkesten, waarbij de studenten worden gecoacht door de ‘dirigent van dienst’ (in de regel de chef-dirigent). Eenmaal per semester coacht de hoofdvakdocent deze stage.
* Ter voorbereiding op deze maandelijkse stage bestuderen de studenten aan de conservatoria het repertoire onder leiding van hun hoofdvakdocenten en ondersteunende docenten.
* Voor hun masteronderzoek houden de studenten zich intensief bezig met een vraagstuk op het gebied van het orkestrepertoire en/of de orkestprogrammering. Daarbij bekwamen ze zich verder in de professionele partituuranalyse.
* Door het volgen van keuzevakken krijgen de studenten onderwijs op maat op terreinen waarop zij nog grote progressie te boeken hebben.

Toetsing vindt plaats tijdens projecten bij een van de deelnemende orkesten, zowel halverwege als aan het einde van de studie.

Deelnemende orkesten
1. Koninklijk Concertgebouworkest, Amsterdam
2. Nederlands Philharmonisch Orkest en Nederlands Kamerorkest, Amsterdam
3. Residentie Orkest, Den Haag
4. philharmonie zuidnederland, Brabant, Limburg en Zeeland
5. Noord Nederlands Orkest, Groningen
6. Radio Filharmonisch Orkest, Hilversum
7. Het Gelders Orkest, Arnhem
8. Het Balletorkest, Amsterdam
9. Het Symfonieorkest, Enschede
supporter: Rotterdams Philharmonisch Orkest, Rotterdam

De Nationale Master Orkestdirectie wordt mede mogelijk gemaakt door Het Kersjes Fonds.

Studiepunten

  jaar 1 jaar 2
Hoofdvak    
Hoofdvakles 25 25
Repertoire en programmeren 5 5
Masterclass pm  
Subtotaal 30 30
     
Beroepspraktijk    
Stages bij professionele orkesten 15 15
Subtotaal 15 15
     
Onderzoek    
Introcursus 'Onderzoek in de kunsten' 1  
Master-keuzevak 3  
Musician's research and development (coaching, circle, individual research and presentation) 11 15
Subtotaal 15 15
     
Totaal per jaar 60 60
Totaal   120

Toelatingsprocedure

De toelatingsprocedure voor de Nationale Master Orkestdirectie (NMO) wijkt af van de andere masters van het Conservatorium van Amsterdam

* bachelordiploma muziek
* kwalificaties
* beschikken over een goed ontwikkeld muzikaal gehoor en voorstellingsvermogen
* kennis hebben van het basisrepertoire van een symfonieorkest van 1750 - nu
* het vermogen om zich zelfstandig partituren eigen te maken inclusief het partituurspel dat daarvoor ten dienste staat
* in staat zijn op professionele wijze te repeteren met een symfonieorkest, de daarbij behorende slagtechniek beheersen en een goed ontwikkelde persoonlijke/artistieke visie demonstreren
* het vermogen hebben een symfonieorkest tijdens concerten als dirigent te leiden en te inspireren met een goed ontwikkelde persoonlijke en artistieke visie
* persoonlijke opvattingen kunnen verwoorden bij het samenstellen van concertprogramma's
* blijk geven van een duidelijk aanwezig ontwikkelingspotentieel

Audities voor studiejaar 2017-2018
Na een selectie wordt een aantal kandidaten uitgenodigd voor een auditie met ensemble. Maximaal vier kandidaten mogen door naar de orkestauditie.

do 8 december 2016
theorieniveau-toets, Conservatorium van Amsterdam

vr 9 december 2016
* ochtend: ensemble-auditie
repertoire: Stravinsky - L'histoire du soldat
*
middag: theoretische gesprekken
* middag/avond: tweede ronde met Het Balletorkest
repertoire: Beethoven - Symfonie no. 4; Tsjaikovsjy - Rococovariaties

Deadline voor aanmelden: 1 november 2016. Meld je aan via het online aanmeldingsformulier (beschikbaar vanaf 1 september 2016)

Mocht je vragen hebben, stuur dan een mail naar Marloes Kouwenberg.

Na een succesvolle toelating meld je je voor de master aan bij Studielink. Afhankelijk van de uitslag schrijf je je in bij het Koninklijk Conservatorium of het Conservatorium van Amsterdam.

Voor meer informatie over de inschrijfprocedure klik hier.

Studieplan

Het studieplan moet minimaal de volgende onderdelen bevatten:

1. een eenvoudige SWOT-analyse (max. 1 pagina)
2. een curriculum vitae (cv)
3. plan voor de toekomst/beschrijving van strategische keuzes (max. 1 pagina)
4. beschrijving van plannen voor het masterprogramma (max. 2 pagina's)

De omvang van het studieplan is minimaal drie en maximaal vier pagina's A4; het CV uitgezonderd. Tekst in Word, Times New Roman of Arial, lettergrootte 11 of 12 met enkele regelafstand. Voetnoten moeten twee punten kleiner zijn dan het font in de hoofdtekst.

SWOT staat voor Strengths, Weaknesses, Opportunities en Threats. Bij het maken van de SWOT-analyse plaats je jezelf als musicus in een brede sociale omgeving. Als professioneel musicus heb je sterke en zwakke punten. Uitgaande van het principe dat je moet doen waar je goed in bent, is het belangrijk jezelf in ogenschouw te nemen en te onderzoeken waar je werkelijk goed in bent en op welke gebieden je zwakker staat. Dat is één aspect van de SWOT-analyse.

Het andere aspect is de sociale omgeving die kansen biedt (en beperkingen oplegt) aan je functioneren als professioneel musicus in de hedendaagse maatschappij en de mogelijkheid een inkomen te genereren. Die omgeving omvat verschillende sectoren, zoals de professionele kunstwereld (verschillende kringen), diverse vormen van onderwijs, de amateurkunsten, kunstvakonderwijs, de zakenwereld, de vermaaksindustrie, etc. Een musicus werkt vaak in meerdere sectoren tegelijk.

Sterke en zwakke punten
Hier beschrijf je wat je zelf ziet als je sterke en zwakke punten in je professionele houding en vaardigheden. Beperk je daarbij niet tot je technische artistieke vaardigheden, maar denk ook aan zaken als: heb je evrtrouwen in je artistieke werk, kun je zelfstandig werken, heb je organisatietalent, heb je zelfdiscipline, ben je zakelijk aangelegd, neem je het initiatief of wacht je liever af, ben je in staat tot zelfkritiek, wil je de eindverantwoordelijkheid hebben, werk je graag samen, heb je goede sociale vaardigheden, hoeveel zelfvertrouwen heb je (artistiek en commercieel), kun je je werk goed organiseren. Wat denk je dat je sterke punten zijn? En je zwakke? Geef aan welke persoonlijke vaardigheden je de komende tijd wilt verbeteren.

Kansen en bedreigingen
Veel afgestudeerde musici hebben een betaalde baan, werken als freelancer aan opdrachten of beginnen hun eigen bedrijf. Ze bewegen zich in verschillende sociale kringen, zoals de professionele kunstwereld, het (kunstvak)onderwijs en de zakenwereld. Denk aan de volgende aspecten als je een analyse maakt van de kansen en bedreigingen die je verwacht:

* welke kansen zie je voor jezelf?
* zie je jezelf als beroepsmusicus op het podium staan?
* zie je goede mogelijkheden om te werken in het egsubsidieerde kunstvakonderwijs?
* wil je je eigen lespraktijk, productiestudio of iets gelijksoortigs opzetten?
* wil je een betaalde baan (bijvoorbeeld bij een orkest, school of ensemble)?
* hoe groot is de kans dat je een eigen ensemble begint?
* heb je een kans om op het concertpodium terecht te komen?
* kun je genoeg verdienen als freelancer?
* heb je genoeg tijd over om te studeren als je een prive-lespraktijk begint?

Fundeer de diverse opties goed en schat ze zo realistisch mogelijk in, zodat ze als basis kunnen dienen voor het ontwikkelen van je toekomstige professionele praktijk.

Een goed cv geeft allenoodzakelijke feitelijke informatie, een lijst van prestaties en een profielschets. Een cv laat zien waar je hart ligt en welke richting je wilt inslaan. Veel elementen uit de SWOT-analyse zullen hierin terugkomen.

Hier maak je een plan voor de periode na je masterstudie, waarin je beschrijft hoe je je ambities wilt realiseren door het maken van strategische keuzes (wat voor soort activiteiten, welke doelgroepen, etc.). Dit onderdeel gaat over wat (activiteiten) je gaat doen voor wie (doelgroep). Welke activiteiten ga je in de nabije toekomst ontplooien? Beschrijf een aantal combinaties van 'activiteiten' en 'gekozen doelgroepen'. Denk daarbij bijvoorbeeld aan het volgende:

* je verwachtingen als musicus in de periode na je afstuderen
* plannen voor samenwerking met impresariaten, culturele instellingen, zalen, scholen etc.
* plannen om als freelance musicus mee te werken aan multidisciplinaire producties
* je visie op het leven als musicus in Nederland of een ander land (bijvoorbeeld je geboorteland)
* plannen voor verder onderzoek, publicaties, instrumentenbouw etc.

Hoe draagt met masterprogramma bij aan de realisatie van jouw plannen? Het is daarbij belangrijk in gedachten te houden dat het masterprogramma uit vier hoofdonderdelen bestaat:

a) het hoofdvak
b) onderzoek
c) mastervakken
d) vrije ruimte

Het studieplan moet deze vier aspecten beschrijven volgens onderstaande richtlijnen.

Hoofdvak
In dit onderdeel beschrijf je je ideeën over het hoofdvak van je masterstudie. Deze beschrijving moet het volgende bevatten:

* de reden waarom je na de bachelorstudie wilt doorstuderen
* bij welke docent je wilt studeren en waarom
* een specialisatie in het repertoire van bepaalde componisten, bepaalde perioden of stijlen
* je ideeën over een studieperiode in het buitenland via een uitwisselingsprogramma zoals ERASMUS
* je gedachten over improvisatie, compositie en/of arrangeren
* compositiestudenten moeten een indicatie en motivatie geven van hun profielkeuze (instrumentale/vocale muziek, elektronische/computermuziek of multidisciplinaire producties)

Beroepspraktijk
In dit deel van het plan beschrijf je hoe je tijdens de masterstudie de relatie met de beroepspraktijk en belangrijke nationale en internationale bewegingen en trends wilt ontwikkelen en onderhouden. Je kunt hier ook je ideeën over je huidige en toekomstige uitvoeringen en/of projecten vermelden.

Onderzoek
Het onderzoek behoort tot het kern-curriculum van de masterstudie. Details over de strekking en de eisen van het onderzoeksonderdeel is te vinden in de Research Guide for Master Students. In het kort komt het erop neer dat iedere masterstudent een onderzoek uitvoert dat direct verband houdt met het hoofdvak en dat leidt tot een paper en een mondelinge presentatie in de vorm van een lezing, een lecture-recital, een workshop of masterclass. Het onderzoek wordt individueel gecoacht door de onderzoekscoördinator en een adviseur die een expert is op het betreffende gebied.

In je plan geef je aan naar welk onderwerp je onderzoek wilt doen, hoe je dit onderzoek wilt uitvoeren en hoe dit in verband staat met je eigen praktijk.

Het studieplan wordt beoordeeld aan de hand van de volgende criteria:
* het studieplan moet voldoende realistisch en serieus zijn om als basis te kunnen dienen voor twee jaar studie en een breed overzicht geven van vakken en aspecten die onderzocht gaan worden
* het plan moet weerspiegelen dat de student al vertrouwd is met de eisen die de beroepspraktijk aan hem of haar gaat stellen in de toekomst,
* het moet inzicht geven in de houding, motivatie, toewijding en gedrevenheid van de student
* het plan is het tweede hoofdcriterium voor toelating tot de masteropleiding, naast het artistieke en uitvoerende aspect van het bachelor-examen
* zowel in- als externe kandidaten moeten de leden van de examencommissie minstens een week voor het toelatingsexamen het plan toesturen
* beoordeling van het hoofdvak-onderdeel van het toelatingsexamen

 

 

Delen