Docenten en vakken

Docenten

Alexander Oliver artistieke leiding
Javier López Piñón historische ontwikkeling van de opera, hoofd drama
Han-Louis Meijer muzikale coaching Den Haag
Peter Nilsson muzikale coaching Den Haag
Jan Slothouwer muzikale coaching Amsterdam
Mirsa Adami correpetitie
Pierre Mak (CvA)
Valérie Guillorit (CvA)
Barbara Pearson (KC)
Sasja Hunnego (KC, CvA)
Gerda van Zelm (KC)
Rita Dams (KC)
Diane Farlane (KC)
Maria Acda (KC)
Paula de Wit (CvA)
Willemien Beukenhorst Italiaans
Willy Verkuil fysieke theatertraining
Meral Taygun gastdocent drama
Gusta Gerritsen gastdocent drama
Saskia Roos programmacoördinatie en publiciteit

Coaching opera
Doel van het vak is dat de student feedback krijgt over zijn vocale prestaties. Een belangrijk gegeven is dat de vocalist zichzelf anders hoort dan de mensen in de directe omgeving. De feedback betreft twee aspecten:
* technische aspecten (klankkwaliteit, uitspraak, adem, intonatie)
* interpretatie (inlevingsvermogen, timing, stijlbesef, gangbare uitvoeringspraktijken)

Deze zaken worden tijdens de coaching bewust gemaakt bij de student en zo mogelijk - in overleg met de student - op locatie (toneel, concertzaal) gecontroleerd.

De DNOA heeft drie verschillende coaches die allen een eigen benadering van het vak hebben. De studenten krijgen van alle drie docenten les en werken zo met verschillende benaderingen.

Drama

Het drama-aanbod binnen de DNOA onderscheidt spelmethode en spelstijl. De spelmethode bestaat erin dat de student middels een aantal opdrachten zijn/haar eigen toneelvaardigheden ontwikkelt. Een spelstijl is altijd gekoppeld aan een specifieke vorm die de regisseur eist van een zanger in een bepaalde productie. In deze operaprojecten worden de methodes concreet toegepast.

Spelmethode

Bij de training van de operazanger is sprake van een hybride mengsel van verschillende spelmethoden die ontleend zijn aan de verschillende methodes voor de toneelspeler. Het is van belang dat de zanger verschillende methodes leert herkennen en hanteren, aangezien ze in de praktijk naast en vaak zelfs door elkaar gebruikt worden. Voor het drama-curriculum onderscheiden wij drie soorten methoden:

1. inlevende spelmethoden: hierbij gaat het erom dat de speler zijn/haar rol gestalte leert geven met bewustzijn van de imaginaire gedachten- en gevoelswereld van het specifieke individu dat hij/zij vertolkt. De uiteindelijke suggestie is dat de acteur samenvalt met de rol.

2. epische spelmethoden: hierbij gaat het in principe om hetzelfde, met dit onderscheid dat de acteur zelf zijn/haar eigen opvatting in de gespeelde rol integreert. De acteur vertolkt de rol niet, maar demonstreert de rol en blijft als acteur door de rol heen zichtbaar.

3. performance: hierbij staat de persoonlijkheid van de acteur zelf centraal. Hij/zij treedt in directe relatie met het publiek en gebruikt het gegeven moment binnen het optreden; hij/zij manipuleert het hier en nu.

Elk van deze methoden kent zijn eigen opbouw middels een serie spelopdrachten waarbij de aan de methode specifieke eisen worden getraind. Deze spelmethodes worden apart aangeboden gedurende de cursusperiode.

Spelstijl

In de hedendaagse praktijk hanteren de meeste regisseurs mengvormen die aan al deze basis- methoden ontleend zijn. In de geënsceneerde projecten wordt voor de ontwikkeling van de voor die productie specifieke spelstijl voortdurend beroep gedaan op de methoden die in de dramalessen ontwikkeld worden.

Workshops

Buiten het reguliere aanbod kunnen in voorkomende gevallen ook specifieke workshops aangeboden worden, gerelateerd aan specifiek repertoire. Te denken valt hierbij aan workshop retorica, commedia dell'arte, etc.
Zowel voor de reguliere dramalessen als voor specifieke workshops wordt de voorkeur gegeven aan het werken met gastdocenten die zelf in de praktijk werkzaam zijn. Dit om Alcinavoortdurend in contact te blijven met de steeds ontwikkelende en dynamische praktijk.

Fysieke Theatertraining
Fysieke theatertraining is een training speciaal ontwikkeld voor operazangers, met het accent op de fysieke presentatie en non-verbale communicatie, alsmede op het efficiënt communiceren en articuleren via lichaamstaal. Door middel van oefeningen leert de operazanger het lichaam te hanteren als een goed gestemd instrument, waardoor hij/zij het lichaam als professioneel instrument kan stemmen respectievelijk gereedmaken voor actie. Door een theatrale actie economisch en efficiënt te integreren met de vocale activiteit krijgt de zanger meer mogelijkheden zingen en acteren te combineren. Dit bevordert uiteindelijk de geloofwaardigheid van de (vocale) 'performance'.

Historische ontwikkeling van de opera
In blokken wordt de historische ontwikkeling van het medium opera behandeld vanaf de vroegste tijd tot en met de dag van vandaag (inclusief het hedendaagse muziektheater). In deze lessen worden de dramatische en vormgevingsaspecten van de opera behandeld, waarvan de muzikale aspecten bekend worden verondersteld. Ook de bredere socio-historische context waarbinnen opera geproduceerd werd, komt uitgebreid aan bod. In capita selecta wordt, gekoppeld aan de op dat moment in voorbereiding verkerende operaprojecten, apart aandacht besteed aan de componist, librettist en de historische context van het onderhavige werk.

Repertoirebehandeling
Naast de coaching wordt ook op andere manieren aandacht besteed aan het repertoire. Onderdeel hiervan is de ontwikkeling van de kennis van en inzicht in het operarepertoire dat bij het stemtype van de student past. Hierbij wordt aandacht gegeven aan het zingen en de interpretatie van operarepertoire van barok tot hedendaagse muziek. Daarnaast wordt bij deze lessen aandacht besteed aan de dramaturgische, historische en artistieke aspecten van het hedendaagse operavak. Er wordt geoefend in het werken met de verschillende muzikale, linguïstische en stilistische vereisten van een wijd repertoirespectrum, zowel individueel als in ensembleverband.

Ensemblezang
In de ensembleklassen wordt de vaardigheid ontwikkeld tijdens het gezamenlijk zingen van een gecompliceerde muzikale structuur naar elkaar te luisteren en op elkaar te reageren. Het repertoire voor deze klassen wordt gekozen uit opera's van alle perioden en voor verschillende combinaties van stemmen (duetten, terzetten, kwartetten, etc.).

Italiaans en andere taallessen
Italiaans wordt gegeven gedurende de hele cursus. Met deze lessen wordt beoogd de taalbeheersing te vergroten. Andere taallessen (bijvoorbeeld Frans, Duits en Russisch) worden gegeven in relatie tot de operaprojecten die uitgevoerd worden.

Carrièremanagement en auditietechnieken
Op onregelmatige basis worden workshops carrièremanagement en auditietechnieken georganiseerd. Hierbuiten zijn studenten echter te allen tijde welkom bij de artistiek leider voor advies op dit gebied.