
Download:
Opbouw studieprogramma en studiepunten
In het eerste jaar van het bachelorprogramma maakt de student grondig kennis met de basistechnieken van het instrument: houding, ademsteun, embouchure, coördinatie en articulatie. Hierdoor ontwikkelt de student een natuurlijke omgang met het instrument en een pure, neutrale klank, die de basis vormen voor het vervolg van de studie. Daarnaast komen muzikale, meer interpretatieve aspecten aan bod. Er wordt gebruikgemaakt van repertoire waarin deze aspecten aan bod komen en dat wordt uitgevoerd op de voorspeelmiddagen/avonden. De optredens op deze middagen en avonden worden na het concert besproken in de vakgroep.
Ensemblespel/kamermuziek
De studenten vormen een panfluitensemble waarin de aspecten van het samenspel worden bestudeerd. In overleg met de hoofdvakdocent wordt repertoire uitgezocht en ingestudeerd. Daarnaast stellen studenten zelf een ensemble in gemengde bezetting samen.
Ieder jaar wordt minstens één werk naar keuze uitgevoerd in het kader van de kamermuziektentamens.
Ensembleproject
Elke student studeert, al dan niet onder leiding van een student orkestdirectie, een ensemblewerk in waarin minsten één panfluit is vertegenwoordigd, bijvoorbeeld een Hoketus van Louis Andriessen, Bint van Cornelis de Bont of Miho Wan van André Douw.
Methodiek
In de methodieklessen komen, behalve pedagogische aspecten, ook historische ontwikkeling, repertoirestudie en visie op de toekomst van de panfluit aan bod. Voor de pedagogiek worden bestaande leerplannen bestudeerd en wordt besproken hoe het instrument kan worden onderwezen in de breedste zin van het woord.