
Toelatingseisen
Studenten CvA
1. Voor kandidaten van het CvA moet bij het eindexamen voor de bacheloropleiding de vermelding 'toelaatbaar tot de masteropleiding' zijn behaald.
2. Een door de kandidaat opgesteld studieplan en een aanvullend gesprek over de inrichting van het studieplan.
Externe kandidaten
1. Een examen van ongeveer één uur waarin de diverse stijlperioden zijn vertegenwoordigd. De kandidaat dient blijk te geven van hoogstaande artistieke en orgeltechnische capaciteiten. Tevens wordt verondersteld dat de kandidaat kennis heeft van de uitvoeringspraktijk van de verschillende stijlen.
2. De kandidaat stuurt voor 1 april de studentenadministratie van het CvA een repertoirelijst toe met een programmavoorstel voor het toelatingsexamen. In dit programma komen diverse stijlen aan de orde. Het programmavoorstel wordt beoordeeld door de toelatingscommissie. Eventueel worden wijzigingen aangebracht. Een programma-indicatie en eisen zijn opvraagbaar bij de vakgroepvertegenwoordiger.
3. Een door de kandidaat opgesteld studieplan en een aanvullend gesprek over de inrichting van het studieplan.
Leerdoel
In deze fase ontwikkelt de student zich tot een volgroeid uitvoerend musicus, die in staat is op hoog technisch en stilistisch niveau te communiceren met zijn publiek, met een accent op de volgende componenten:
* een goede betrouwbare techniek en het kunnen beheersen van stress
* het kunnen omgaan met historische instrumenten uit verschillende stijlperioden (toonvorming, registratie, etc.)
* het beheersen van repertoiregebonden technieken
* grondige kennis van de uitvoeringspraktijk
* communicatieve vaardigheden en persoonlijkheid
Er zijn mogelijkheden tot specialisatie (men kan denken aan specialisering op het gebied van de uitvoeringspraktijk, pedagogiek, improvisatie, orgelbouw, etc.)
Inhoud hoofdstudie uitvoerend programma
Hoofdvak: voor de lessen wordt exclusief gebruik gemaakt van historische instrumenten toegesneden op verschillende stijlen:
* Waalse Kerk Amsterdam, Chr. Müller
* St. Bavo Haarlem, Chr. Müller
* St. Laurenskerk Alkmaar, van Haagerbeer/ F.C.Schnitger, van Covelens
* Augustinuskerk Amsterdam, Cavaillé-Coll
* St. Nicolaaskerk Amsterdam, Sauer
Afstudeerproject: de student geeft een meer specialistische invulling aan het hoofdvakrepertoire, doet tevens onderzoek en brengt hiervan verslag uit.
Overig onderwijs in de hoofdstudie: naast de individuele les zijn de eveneens wekelijkse groepslessen van cruciaal belang. In deze groepslessen staan twee elementen centraal: het voorspelen en de daaraan verbonden collectieve bespreking, en tevens korte voordrachten van de docent over bepaalde aspecten van de uitvoeringspraktijk (bijv. de retoriek, affectenlehre, etc.). Projecten (onder leiding van verschillende internationale deskundigen) en excursies vormen een aanvulling op het bovenstaande.
Activiteiten studenten: voorspelen, optreden, deelname ensembles en projecten
Werkvormen: individuele les, groepsles, masterclasses gastdocenten, projecten rond bepaald repertoire of instrument, excursies.
Vrije ruimte-aanbod vanuit het hoofdvak:
* stage: er bestaat de mogelijkheid een aantal concerten te geven op belangrijke historische instrumenten
Wanneer studenten het uitvoerend-academische of het uitvoerend-pedagogische programma volgen, worden leerdoel en studieschema in overleg met de docent en de studieleiding aangepast in de gewenste richting.
Andere vakken
Studenten volgen tevens een aantal master- en keuzevakken. Over onderzoek wordt apart voorlichting gegeven.
Toetsing
Beoordeling na het eerste studiejaar
Tussentijdse toetsing aan het einde van elk studiejaar vindt plaats in de vorm van een instrumentale voordracht. Het repertoire wordt gesplitst in twee delen (tot ongeveer 1800 en van 1800 tot heden). De toetsing vindt plaats op twee instrumenten. Totale tijdsduur van de toetsing is 40 minuten (tweemaal 20 minuten). Beoordeling door een commissie bestaande uit de drie vaste docenten.
In principe wordt dezelfde kwalitatieve normen gehanteerd als bij de eindexamens. De moeilijkheidsgraad van het repertoire wijkt echter af. Voornaamste beoordelingscriterium is de ontwikkeling van een student tussen twee toetsingsmomenten en hoe het getoonde niveau zich, aan het einde van een bepaald studiejaar, verhoudt tot de eindtermen.
Inhoud eindexamen
* een recital van ongeveer 70 minuten met een repertoire naar eigen keuze op één of twee instrumenten naar keuze
* een werkstuk betreffende de gekozen specialisatie in een door de kandidaat (in overleg met het docenten) gekozen vorm
Bij de beoordeling worden de hoogste technische en artistieke normen gehanteerd. De beoordeling vindt plaats door een jury bestaande uit de drie docenten, een externe deskundige en voorgezeten door een vertegenwoordiger van de directie van het conservatorium.
Criteria afsluiting
1. Te behalen studiepunten op het eindexamen voor het hoofdvak. Studiepunten voor het onderzoek/de lezing worden apart toegekend.
2. Te behalen studiepunten 'overig onderwijs' van de hoofdstudie.
3. Te behalen studiepunten voor de mastervakken en de vrije ruimte.
Studenten worden eerst dan tot het eindexamen toegelaten nadat de studiepunten zoals bedoeld onder 2 en 3 van de criteria zijn behaald.