Bachelor Orgel

Download: undefinedOpbouw studieprogramma en studiepunten

Propedeuse
In het propedeusejaar moet de student tonen dat hij in staat is zijn talenten te ontwikkelen en aannemelijk maken dat hij in vier jaar aan de eisen van de eindtermen kan voldoen. Basisvorming op het gebied van techniek, expressie en esthetiek. Gezien de breedte van het orgelrepertoire worden de vroegste klaviertechnieken als uitgangspunt genomen en in chronologische volgorde ontwikkeld.
Veel aandacht wordt besteed aan de ergonomische aspecten van het spelen en het automatiseren van technische vaardigheden.
Voor Nederlandse studenten vormen het hoofdvak en de hoofdvakgebonden bijvakken van de propedeuse Kerkmuziek een onderdeel van de propedeuse Orgel.

Hoofdfase studiejaar 2-4
Het ontwikkelen van stilistische differentiatie op het gebied van de uitvoeringspraktijk gerelateerd aan repertoire- of tijdgebonden technieken. Het ontwikkelen van een esthetiek, persoonlijkheid en communicatieve vaardigheden.

Leerdoel
Een goede beheersing van het instrument met het accent op de volgende componenten:
* een goede betrouwbare techniek en het kunnen beheersen van stress
* het kunnen omgaan met historische instrumenten uit verschillende stijlperioden (toonvorming, registratie etc.)
* het beheersen van repertoire gebonden technieken
* grondige kennis van de uitvoeringspraktijk
* stijlbegrip en een gebalanceerde esthetiek
* communicatieve vaardigheden en persoonlijkheid

Inhoud
Naast de wekelijkse individuele les zijn de eveneens wekelijkse groepslessen van cruciaal belang. In deze groepslessen staan twee elementen centraal: het voorspelen en de daaraan verbonden collectieve bespreking, en tevens korte voordrachten van docent over bepaalde aspecten van de uitvoeringspraktijk (men denke b.v. aan de retoriek, Affektenlehre etc.). Projecten (onder leiding van verschillende internationale deskundigen) en excursies vormen een aanvulling hierop.

Werkvorm
* wekelijkse individuele les
* wekelijkse groepsles
* masterclasses gastdocenten
* projecten rond bepaald repertoire of instrument
* excursies

Leermiddelen
Voor de lessen wordt exclusief gebruik gemaakt van historische instrumenten toegesneden op verschillende stijlen:
* Waalse Kerk Amsterdam, Chr. Müller
* St. Bavo Haarlem, Chr. Müller
* St. Laurenskerk Alkmaar, v. Hagerbeer/F.C. Schnitger, van Covelens
* Augustinuskerk Amsterdam, Cavaillé-Coll
* St. Nicolaaskerk Amsterdam, Sauer

Toetsing
Tussentijdse toetsing aan het einde van elk studiejaar vindt plaats in de vorm van een instrumentale voordracht. Het repertoire wordt gesplitst in twee delen (tot ongeveer 1800 en van 1800 tot heden). De toetsing vindt plaats op twee instrumenten.
Totale tijdsduur van de toetsing is 40 minuten (tweemaal 20 minuten).

Beoordeling geschiedt door een commissie bestaande uit de drie vaste docenten. In principe worden dezelfde kwalitatieve normen gehanteerd als bij de eindexamens. De moeilijkheidsgraad van het repertoire wijkt echter af. Voornaamste beoordelingscriterium is de ontwikkeling van een student tussen twee toetsingsmomenten en hoe het getoonde niveau zich, aan het einde van een bepaald studiejaar, verhoudt tot de eindtermen.

Het bachelor-eindexamen kent de vorm van een instrumentale voordracht van de student op een of twee instrumenten van zijn eigen keuze. Duur van het door de kandidaat gekozen examenprogramma is 45 minuten. Dit programma wordt aangevuld met een door de jury gekozen verplicht werk van maximaal 10 minuten. Dit verplichte werk wordt zes weken voor het examen aan de kandidaat bekendgemaakt en dient door hem/haar zelfstandig, dus zonder assistentie van de docenten, te worden voorbereid.

Het examenprogramma dient werken te bevatten uit alle stijlperioden: voor Bach, Bach, de 19e eeuw en de 20e/21e eeuw. De beoordeling vindt plaats door een jury bestaande uit de drie docenten en een externe deskundige en wordt voorgezeten door een vertegenwoordiging van de directie van het conservatorium. De kandidaat moet blijk geven te beschikken over een betrouwbare techniek, stijlinzicht, persoonlijkheid en communicatieve eigenschappen.