
NB: Kijk voor de master klavecimbel historische uitvoeringspraktijk onder Oude Muziek.
Bijvak modern klavecimbel
Op basis van een bachelordiploma modern klavecimbel kan het vak als bijvak tijdens de masteropleiding gevolgd worden. Een kandidaat die niet in het bezit is van het bovengenoemde diploma moet tijdens het toelatingsexamen voor de masteropleiding enkele solowerken uit het moderne repertoire uitvoeren waaruit zijn/haar inzicht en aanleg blijkt. Tijdsduur van dit onderdeel: hoogstens 30 minuten.
Programmavoorbeeld:
Jukka Tiensuu - Fantango (1984 ) 5'
Geoffrey King - White Rose (1997) 8'
Alexander Voormolen - Suite de clavecin (1921) 8'
Jacqueline Fontyn - Shadows (1973/1991) 7'
Hoofdvak modern klavecimbel
Toelating
Studenten CvA
1. Voor kandidaten van het CvA moet bij het eindexamen klavecimbel voor de bacheloropleiding de vermelding 'toelaatbaar tot de masteropleiding' zijn behaald.
2. Uit het eindexamenprogramma blijkt voldoende affiniteit met het hedendaagse klavecimbelrepertoire.
3. Een door de kandidaat opgesteld studieplan en een aanvullend gesprek over de inrichting van het studieplan.
Externe en interne kandidaten
1. De kandidaat verzorgt een programma dat niet langer mag duren dan 50 minuten. Hij/zij dient minstenséén stuk uit het hoofd te spelen.
2. De kandidaat stuurt voor 1 april de studentenadministratie van het CvA een repertoirelijst toe met een programmavoorstel voor het toelatingsexamen. In dit programma komen diverse stijlen aan de orde. Het programmavoorstel wordt beoordeeld door de toelatingscommissie. Eventueel worden wijzigingen aangebracht. Programmavoorbeeld:
György Ligeti - Passacaglia Ungerese (1978) 5'; Hungarian Rock (1978) 5'; Continuum (1968) 4'
Louis Andriessen - Overture to Orpheus (1982) 13'
Maurice Ohana - Carillons (1980) 6'
Erik Bergman - Energien (1970) 5'
Alexander Voormolen - Suite de clavecin (1921) 8'
3. Een door de kandidaat opgesteld studieplan en een aanvullend gesprek over de inrichting van het studieplan. De kandidaat dient blijk te geven van een onderzoekende geest en brede belangstelling. Hij/zij moet breed inzetbaar (en dus beschikbaar!) zijn en bereid tot het experiment. Kandidaten voor deze opleiding moeten door hun muzikale persoonlijkheid in staat zijn het ontstaan van nieuw repertoire te stimuleren.
Leerdoel
De student beschikt, werkend in de lijn van het studieplan en de daarna gestelde eisen bij zijn/haar eindexamen, over specifieke kwaliteiten waarmee een eigen plaats kan worden gevonden in het muziekleven. Daartoe is een sterk persoonlijke profiel van de student ontwikkeld.
Inhoud hoofdstudie uitvoerend programma
Hoofdvak: solospel
Afstudeerproject: de student geeft een meer specialistische invulling aan het hoofdvakrepertoire, doet tevens onderzoek en brengt hiervan verslag uit.
Overig onderwijs in de hoofdstudie:
* coaching kamermuziek
* kamermuziekprojecten
* orkest-/concertrepertoire
* geschiedenis van het hedendaags klavecimbelrepertoire
* methodiek hedendaags repertoire
Activiteiten studenten: voorspelen, optreden, deelname ensembles en projecten
Werkvormen: individuele les, groepsles
Wanneer studenten het uitvoerend-academische of het uitvoerend-pedagogische programma volgen, worden leerdoel en studieschema in overleg met de docent en de studieleiding aangepast in de gewenste richting.
Andere vakken
De studenten volgen tevens een aantal master- en keuzevakken. Over onderzoek wordt apart voorlichting gegeven.
Toetsing
Beoordeling na het eerste studiejaar
1. De student geeft twee recitals waarin werken uit diverse stijlperioden van de 20e eeuw voorkomen alsook een werk met tape. Bij deze recitals wordt een lezing of schriftelijke toelichting gegeven. Het optreden duurt niet langer dan 50 minuten.
2. De student schrijft een scriptie over een onderwerp uit de geschiedenis van het hedendaags klavecimbelrepertoire of maakt een analyse van een hedendaags werk.
Inhoud eindexamen
1. De kandidaat geeft een slotrecital; hij/zij verzorgt op basis van een persoonlijke visie een samenhangend programma met onder meer een bijbehorende lezing of geschreven toelichting of de presentatie van een scriptie. Dit recital heeft betrekking op een van twee volgende afsluitingen:
a. Een solorecital dat is samengesteld vanuit de persoonlijke visie van de student en dat tenminste drie werken gecomponeerd na 1980 bevat en twee voor hem/haar geschreven werken.
b. De student geeft eveneens een recital met kamermuziekwerken, waaronder ook een werk met tape. Beide recitals hebben een lengte van ongeveer 60 minuten, exclusief lezing.
2. Uiterlijk 1 maart moet het programma zijn ingediend bij de studentenadministratie op de daartoe bestemde formulieren.
Het eindexamen wordt beoordeeld door een commissie bestaande uit: een vertegenwoordiger van de directie, hoofdvakdocenten en een extern commissielid. Onderzoek wordt apart beoordeeld.
Criteria afsluiting
1. Te behalen studiepunten op het eindexamen voor het hoofdvak. Studiepunten voor het onderzoek/de lezing worden apart toegekend.
2. Te behalen studiepunten 'overig onderwijs' van de hoofdstudie.
3. Te behalen studiepunten voor de mastervakken en de vrije ruimte.
Studenten worden eerst dan tot het eindexamen toegelaten nadat de studiepunten zoals bedoeld onder 2 en 3 van de criteria zijn behaald.