
Toelating
Studenten CvA
1. Voor kandidaten van het CvA moet bij het eindexamen voor de bacheloropleiding de vermelding 'toelaatbaar tot de masteropleiding' zijn behaald.
2. Een door de kandidaat opgesteld studieplan en een aanvullend gesprek over de inrichting van het studieplan.
Externe kandidaten
1. De kandidaat verzorgt een programma dat niet langer mag duren dan 30 minuten. Hij/zij dient minstenséén stuk uit het hoofd te spelen.
2. De kandidaat stuurt vóór 1 april de studentenadministratie van het CvA een repertoirelijst toe met een programmavoorstel voor het toelatingsexamen. In dit programma komen diverse stijlen aan de orde. Het programmavoorstel wordt beoordeeld door de toelatingscommissie. Eventueel worden wijzigingen aangebracht. Een programma-indicatie en eisen zijn opvraagbaar bij de vakgroepvertegenwoordiger.
3. Een door de kandidaat opgesteld studieplan en een aanvullend gesprek over de inrichting van het studieplan.
Leerdoel
Na een studie van twee jaar hebben studenten hun talenten in de lijn van het studieplan ontwikkeld. Ze zijn dan op het hoogste niveau inzetbaar in de professionele muziekwereld.
Inhoud hoofdstudie uitvoerend programma
Hoofdvak: naar keus accent op solospel, kamermuziek/ensemblespel of orkestspel
Afstudeerproject: de student geeft een meer specialistische invulling aan het hoofdvakrepertoire, doet tevens onderzoek en brengt hiervan verslag uit.
Overig onderwijs in de hoofdstudie:
* coaching ensemblespel
* cursus orkestspel/auditietraining
* kamermuziekprojecten
* orkestprojecten
* historische uitvoeringspraktijk/barokfagot
* bijinstrument contrafagot
Activiteiten studenten: voorspelen, optreden, deelname ensembles en projecten
Werkvormen: individuele les, groepsles
Wanneer studenten het uitvoerend-academische of het uitvoerend-pedagogische programma volgen, worden leerdoel en studieschema in overleg met de docent en de studieleiding aangepast in de gewenste richting.
Andere vakken
De student volgt tevens een aantal master- en keuzevakken.
Toetsing
Beoordeling na het eerste studiejaar
1. Een optreden waarop vooruitgang op het gebied van de hoofdstudie wordt beoordeeld. Daarbij moet sprake zijn van een goede ontwikkeling van:
* de muzikale persoonlijkheid
* instrumentale vaardigheden
2. Ook worden de eigen opvattingen van de kandidaat en het nemen van initiatieven t.a.v. de studie bij de beoordeling betrokken.
3. De kandidaat speelt een overgangsrecital waarbij minstenséén werk wordt uit het hoofd gespeeld. Het concert duurt niet langer dan 50 minuten.
Inhoud eindexamen
1. De kandidaat geeft een slotrecital; hij/zij verzorgt op basis van een persoonlijke visie een samenhangend programma, met onder meer een bijbehorende lezing of geschreven toelichting of de presentatie van een scriptie.
2. Het niveau van het eindexamen moet aansluiten op de eisen die het professionele muziekleven stelt. Dat betekent: met succes kunnen deelnemen aan proefspelen en concoursen.
3. De student toont goed te kunnen functioneren in professionele orkesten en kamermuziekensembles.
4. Het eindexamen orkestspel geschiedt op proefspelniveau. De kandidaat speelt minstenséén werk uit het hoofd.
5. Het concert duurt niet langer dan 90 minuten, inclusief lecture. Uiterlijk 1 maart moet het programma zijn ingediend bij de studentenadministratie op de daartoe bestemde formulieren.
Het eindexamen wordt beoordeeld door een commissie bestaande uit: een vertegenwoordiger van de directie, hoofdvakdocenten en een extern commissielid. Onderzoek wordt apart beoordeeld.
Criteria afsluiting
1. Te behalen studiepunten op het eindexamen voor het hoofdvak. Studiepunten voor het onderzoek/de lezing worden afzonderlijk toegekend.
2. Te behalen studiepunten 'overig onderwijs' van de hoofdstudie.
3. Te behalen studiepunten voor de mastervakken en de vrije ruimte.
Studenten worden eerst dan tot het eindexamen toegelaten nadat de studiepunten zoals bedoeld onder 2 en 3 van de criteria zijn behaald.