
Download: Opbouw studieprogramma en studiepunten
Doelstelling
Het doel van het studieprogramma is tweeledig: enerzijds de maximale ontplooiing van de muzikale mogelijkheden van de student, anderzijds de ontwikkeling van de student tot een zo breed mogelijk inzetbaar musicus. Dit wordt gerealiseerd door de student te laten functioneren in diverse muzikale situaties, waarbij het accent ligt op ensemblespel en het ontwikkelen van solistische kwaliteiten (improvisatie). Eigen inbreng (creativiteit) wordt gestimuleerd.
Propedeuse
Hoofdvak
In de hoofdvaklessen wordt de student vertrouwd gemaakt met elementaire muzikale structuren waarover geïmproviseerd wordt. Aan de orde komen:
* de ontwikkeling van het gehoor
* de ontwikkeling van ritme- en tempogevoel
* toonvorming
* harmonisch inzicht bij het improviseren
* het ontwikkelen van een 'spreektaal'
Techniek
In de technieklessen wordt aandacht geschonken aan de ontwikkeling van specifiek saxofoontechnische vaardigheden. Aan de orde komen:
* toonladders
* akkoordbrekingen met variaties
*etudes en transcripties, gericht op de jazz-uitvoeringspraktijk
Er wordt begonnen met het bij-instrument klarinet.
Eind april vindt er een examen techniek plaats.
Ensembles
De volgende ensembles zijn in dit jaar verplicht:
* samenspeelvaardigheden
* jazzgroep
* saxofoongroep
Voor de overige vakken zie de studiepuntenlijst.
Exameninhoud
(samenvatting)
Speelvaardigheid
Programma: de student bereidt een aantal stukken voor waarin zijn muzikale ontwikkeling wordt getoond.
Gehoor en leesvaardigheid
Reactievermogen, prima vista-spel, gehoorontwikkeling.
Beoordeling
Bij de beoordeling wordt gelet op
* muzikaliteit; gehoor, melodisch/harmonisch inzicht, gevoel voor ritme en tempo
* affiniteit met het instrument
* techniek, toonvorming, leesvaardigheid
* ontwikkeling van het vocabulaire
Tweede en derde jaar
Hoofdvak
De in de propedeuse geschetste benadering wordt voortgezet.
Improvisatie: aan de orde komen:
* creativiteit
* het ontwikkelen van een eigen stijl
* analyse van solotranscripties
* repertoirekennis
* gehoortraining in combinatie met het instrument
* interpretatie van diverse stijlen
Techniek
* etudes: Londeix, Allard
* uitvoeringspraktijk fusion/funk
* samengestelde maatsoorten (Karg-Elert, Lacour)
* orkestspel
* flageoletten, dubbeltonen, circular breathing etc.
Ensembles
* jazzgroep in jaar 2 en 3
* trio plus solist in jaar 3
* latingroep, verplichte keuze in 2óf 3
* cross-overgroep en/of andere tradities is een verplichte keuze in jaar 3 of 4
* bigband in jaar 3 en jaar 2 en/of jaar 4
Deze fase wordt afgesloten met een recital. Dit recital vindt als laatste toetsmoment voor het eindexamen plaats in de tweede periode van jaar 3.
Exameninhoud
De student bereidt maximaal zes stukken voor. Zie verder propedeuse.
Eind april van het derde jaar vindt er een techniekexamen plaats; eind juni een fluit-/klarinetexamen.
Vierde jaar
Dit afsluitende jaar staat in het teken van het eindexamen.
Hoofdvak
Het accent ligt nu vooral op de individuele ontwikkeling.
Ensembles
Twee ensembles zijn verplicht: trio + solist en een naar keuze.
Inhoud van het eindexamen
* optreden van minimaal 50 minuten, maximaal één uur
* eigen keuze van bezetting(en) en repertoire, zo breed mogelijk samengesteld in overleg met de hoofdvakdocent
* goede bewerkingen (arrangementen), eigen composities en originaliteit spelen een grote rol in de beoordeling
* de student dient zich zo sterk mogelijk te profileren als improviserend saxofonist